Werkwijze

De commissie onderzoekt het functioneren van de wet in de praktijk. Wat is er nodig om crisisbeheersing en hulpverlening nu en in de toekomst doeltreffend en effectief te organiseren? Op deze en andere vragen wordt een antwoord gezocht. Samen met de partijen die zich 24/7 inzetten in de veiligheidsregio’s en uitvoering geven aan de Wet veiligheidsregio’s.

Actief

De commissie wil in contact zijn met partijen uit het veld. De actieve dialoog wordt gezocht aan de hand van interviews, expertbijeenkomsten en werkbezoeken.

Gedegen

De commissie maakt gebruik van reeds beschikbare informatie, inclusief de zienswijzen en adviezen die partijen in de aanloop naar de wetsevaluatie hebben geformuleerd.

Het onderzoek op hoofdlijnen:

  1. Inventarisatie knelpunten en wat goed gaat in de praktijk.
    Werkwijze: literatuur- en documentanalyse en gesprekken met betrokken partijen.
  2. Identificeren achterliggende mechanismen bij deze knelpunten.
    Werkwijze: knelpuntanalyse en samen met betrokken partijen en experts reflecteren op de bevindingen uit stap 1.
  3. Oplossingsrichtingen formuleren.
    Werkwijze: formuleren oplossingsrichtingen en bespreken met betrokken partijen en experts.

 

Protocol

De werkwijze van de evaluatiecommissie is conform het Onderzoeksprotocol evaluatiecommissie. Dat is door de minister van Justitie en Veiligheid en de evaluatiecommissie samen opgesteld. In het protocol zijn de randvoorwaarden voor het onderzoek en de informatieverzameling, -verwerking  en -opslag beschreven.

 

Tijdpad

Het evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd in de periode september 2019 tot december 2020.

 

Fasering van het onderzoek

  • Fase 1: In kaart brengen van de knelpunten en wat goed gaat.
  • Fase 2: Identificeren van de mechanismen hierachter.
  • Fase 3: Benoemen van oplossingsrichtingen hiervoor.
  • Fase 4: Vertaling naar de benodigde aanpassingen van de wet.
  • Fase 5: Opstellen van de conceptrapportage.
  • Fase 6: Presenteren van het advies.

Globale tijdsplanning

Fase 1: september – december 2019 In kaart brengen van knelpunten en wat goed gaat

Om in kaart te brengen wat goed gaat en welke knelpunten er in de praktijk zijn voert de commissie in de eerste fase van het onderzoek oriënterende gesprekken met verschillende stakeholders. Daarnaast vindt een documentenstudie plaats. Hierbij vindt een analyse plaats van de Wet, wetenschappelijke en praktijk studies, (incident)evaluaties, mediaberichtgeving, beleidsreacties en andere relevante documenten. De documentenstudie richt zich op de periode 2013-2019. Deze fase levert een eerste beeld op van de knelpunten en wat goed gaat in de praktijk.

Fase 2: januari 2020 – mei 2020 Identificeren van mechanismen

De tweede fase van het onderzoek richt zich op het identificeren van de verklaringen en mechanismen achter de knelpunten en wat goed gaat. Allereerst wordt op basis van de interviews en documentstudie vastgesteld wat de 8 á 10 meest relevante knelpunten zijn. Vervolgens wordt per geselecteerd knelpunt een rondetafelgesprek georganiseerd waar betrokkenen uit het veld aan deelnemen. Naast de rondetafelgesprekken zal de Commissie aansluiten bij vergaderingen van verschillende overleggremia.

Op strategisch niveau worden de eerste resultaten en de onderliggende mechanismen besproken met de klankbordgroep. Om een goed beeld te krijgen van de alledaagse praktijk en dilemma’s van het werk zal de commissie tevens een aantal werkbezoeken afleggen en aansluiten bij een aantal (CoPI) oefeningen.

Indien nodig vinden aanvullend individuele gesprekken plaats. Daarnaast vraagt de commissie een aantal experts/wetenschappers om position papers op een specifiek onderwerp of knelpunt. Deze papers dienen als input voor het uiteindelijke advies.

Deze fase levert inzicht in de belangrijkste achterliggende mechanismen (het waarom) van de kernthema’s, knelpunten en wat goed gaat.

Fase 3: april 2020 – juni 2020 Benoemen van oplossingsrichtingen

In de derde fase vindt de analyse en duiding van de verzamelde informatie plaats. Dit proces loopt voor een deel parallel aan de het identificeren van de mechanismen. Nadat de commissie zelf een eigenstandige analyse en duiding heeft gemaakt wordt deze besproken in een aantal werkconferenties met stakeholders. Tijdens de werkconferenties deelt de commissie de analyses over de oplossingsrichtingen met de betrokkenen.

In deze periode vindt ook externe reflectie met buitenstaanders plaats. Deze buitenstaanders wordt gevraagd te reflecteren op de opzet en resultaten tot dusver. De reflectie van de oplossingsrichtingen op strategische niveau vindt plaats in de adviesgroep.

Fase 4: juni 2020 – juli 2020 Vertaling naar aanpassingen van de Wvr

In de vierde fase wordt de vertaling van de bevindingen gemaakt naar de mogelijke aanpassingen van de Wvr. Daarbij formuleert de commissie de conclusies, aanbevelingen en de bijbehorende adviezen. De voorgestelde aanpassingen worden nadrukkelijk op praktische haalbaarheid en wenselijkheid en onderlinge samenhang bekeken en eventueel getoetst. In deze fase wordt duidelijk welke aanpassingen in de Wvr nodig zijn.

Fase 5: juli 2020 – oktober 2020 Opstellen van de conceptrapportage

In de vijfde fase wordt het conceptrapport opgesteld en vindt de inzage door betrokkenen plaats. Een aantal van de bij de evaluatie betrokken organisaties ontvangen een conceptrapport en worden in de gelegenheid gesteld om hier een reactie op de geven. Met behulp van een reactietabel maakt de commissie de verwerking van de commentaren inzichtelijk. Deze fase levert het uiteindelijke eindrapport op.

In deze fase vindt een laatste bijeenkomst van de adviesgroep plaats.

Fase 6: november 2020 – december 2020 Presenteren van het advies

In deze fase vindt de publicatie van het rapport plaats. De commissie biedt het rapport aan, aan de minister van Justitie en Veiligheid. Daarnaast worden de resultaten van het onderzoek in vakbladen en (semi)wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. Indien mogelijk presenteert de commissie haar adviezen op een (bestaand)congres. Ook vindt een interne evaluatie van de commissie en staf plaats. Het archief wordt overgedragen aan het ministerie van JenV.